Dat doosje achter in de la: kapotte kettinkjes, één oorbel waarvan de andere ooit verdween, een ring van een oma die je nooit gedragen hebt. Bijna iedereen heeft er wel een. En bijna niemand weet wat je ermee moet.
Het antwoord is meestal simpeler dan mensen denken. Van dat goud kan iets nieuws gemaakt worden dat je wél draagt. Hieronder loop ik stap voor stap door wat er gebeurt tussen jouw keukenla en je nieuwe lievelingssieraad.
Stap 1: we kijken er samen naar
Neem gewoon alles mee. Ook wat je zelf waardeloos vindt. Tijdens de kennismaking leg ik alles op tafel en sorteren we het uit. Ik kijk naar drie dingen:
- Het karaat. 14 karaat, 18 karaat, 8 karaat: het staat vaak in een klein stempeltje in het sieraad. Verschillende karaten kunnen niet zomaar bij elkaar in de smeltkroes, want dan weet je niet meer wat je overhoudt.
- Wat er goud is en wat niet. Verguld of plaqué heeft maar een flinterdun laagje goud over onedel metaal. Dat kan helaas niet omgesmolten worden. Ik herken het meestal meteen, en anders test ik het even.
- De stenen. Die gaan er eerst uit. Diamanten, saffieren en de meeste andere stenen kunnen later opnieuw gezet worden.
Daarna gaat alles op de weegschaal. Nu weten we hoeveel materiaal er is, en dus wat er mogelijk is.
Stap 2: bedenken wat het wordt
Nu pas gaat het over het ontwerp. En dat is meteen het leukste deel. Soms weet iemand het precies. Vaker klinkt het als: "iets wat ik elke dag kan dragen" of "iets waar mijn moeder nog een beetje in zit".
Dat is genoeg om mee te beginnen. We kijken naar je stijl, naar wat je al draagt, naar de vorm van je handen. En naar hoeveel goud er is, want dat bepaalt mede hoe groot of hoe zwaar het sieraad kan worden.
Heb je te weinig goud voor je ontwerp? Dan vul ik aan met nieuw goud van hetzelfde karaat. Heb je juist te veel? Dan maken we er soms een tweede sieraad van, voor iemand anders in de familie.
Dat laatste is een mooie oplossing bij een erfenis die verdeeld moet worden. Drie zussen, drie hangers uit dezelfde ketting. Iedereen heeft dan iets.
Stap 3: smelten
Daarna gaat het goud de smeltkroes in. Bij ongeveer duizend graden wordt van al die losse stukjes weer één druppel vloeibaar goud. Het is elke keer weer een bijzonder moment: wat eerst een hoopje kapotte dingen was, is nu weer puur materiaal.
Bij het smelten, walsen en vijlen gaat altijd een klein beetje verloren. Dat hoort erbij en dat vertel ik altijd vooraf, zodat je niet verrast bent als er van tien gram uiteindelijk negen en een half overblijft.
Stap 4: maken
De gestolde goudklomp wordt uitgewalst tot draad of plaat, en van daaraf begint het echte werk: zagen, vijlen, buigen, solderen, zetten en polijsten. Afhankelijk van het ontwerp duurt dit enkele dagen tot enkele weken.
Onderweg stuur ik je foto's en video's. Niet omdat het moet, maar omdat het leuk is om te zien hoe het ontstaat. En omdat je dan meteen kunt zeggen: "kan dat randje iets ronder?"
Stap 5: passen en meenemen
Je komt het sieraad persoonlijk ophalen. Passen, kijken hoe het valt, en bijstellen waar nodig. Pas als het echt goed zit, is het klaar.
Wat het kost
Vermaken begint bij ongeveer honderd euro, afhankelijk van het ontwerp en de hoeveelheid werk. Omdat het goud al van jou is, betaal je vooral voor arbeid en voor eventueel aanvullend materiaal. Dat maakt het vaak aanzienlijk voordeliger dan een heel nieuw sieraad kopen, terwijl je er iets voor terugkrijgt dat niemand anders heeft.
Een laatste ding
De vraag die ik het vaakst krijg: "is het niet zonde om het om te smelten?" Mijn eerlijke antwoord: zonde is een sieraad dat twintig jaar in een la ligt. Het goud gaat niet verloren, het verandert alleen van vorm. En de herinnering zit niet in de vorm, die zit in het materiaal en in het verhaal dat je erbij vertelt.
Twijfel je nog? Kom gewoon eens langs met je doosje. Kijken kost niets, en vaak komen de ideeën vanzelf zodra alles op tafel ligt.