Een ring die net te ruim zit en er telkens afglijdt. Of eentje die blijft steken bij de knokkel. Allebei zonde, want de maat is bijna altijd van tevoren goed te bepalen.
De beste manier: gewoon even langskomen
In het atelier staat een set ringmaten. Je schuift er een paar om, we kijken hoe ze zitten, en binnen vijf minuten weten we het precies. Dat is nauwkeuriger dan welk trucje ook, en het kost niets.
Ga je voor een verlovingsring en moet het een verrassing blijven? Lees dan vooral verder.
Meet een ring die al goed zit
De makkelijkste manier op afstand: pak een ring die aan de juiste vinger goed past en meet de binnenkant met een liniaal. Niet de buitenkant, en niet de omtrek.
In Nederland is de ringmaat gelijk aan de binnenomtrek in millimeters. Een ring met een binnendiameter van 17 millimeter heeft dus ringmaat 53 (17 × 3,14 ≈ 53). Handiger: leg de binnendiameter naast deze tabel.
| Binnendiameter | Nederlandse maat |
|---|---|
| 15,3 mm | 48 |
| 15,9 mm | 50 |
| 16,6 mm | 52 |
| 17,2 mm | 54 |
| 17,8 mm | 56 |
| 18,5 mm | 58 |
| 19,1 mm | 60 |
| 19,7 mm | 62 |
Zit je ertussenin? Neem dan de grotere maat, of stuur me de gemeten diameter door. Ik reken het wel om.
Het touwtje-trucje (en waarom het vaak misgaat)
Een touwtje of strookje papier om je vinger, streepje zetten, meten. Het kan, maar het gaat vaak mis: papier rekt niet en touw juist wel, en mensen trekken het bijna altijd te strak aan.
Doe je het toch zo, gebruik dan een strookje papier van ongeveer een centimeter breed, leg het losjes om de vinger, en controleer of het nog over de knokkel heen kan. Dat laatste is het punt waar het meestal op stukloopt.
Vier dingen waar je op moet letten
- De knokkel is leidend. De ring moet er overheen kunnen. Is je knokkel veel dikker dan de vinger zelf, dan gaat de ring altijd een beetje draaien. Dat is normaal.
- Je vingers veranderen. 's Ochtends zijn ze dunner dan 's avonds, in de zomer dikker dan in de winter, en na het sporten zwellen ze op. Meet daarom op een gewoon moment, niet vlak na het hardlopen.
- Brede ringen zitten strakker. Een ring van acht millimeter breed voelt krapper dan eentje van twee millimeter, bij dezelfde maat. Bij brede ringen neem ik daarom vaak een halve maat groter.
- Links en rechts verschillen. Bij de meeste mensen is de hand waarmee ze schrijven iets forser. Meet dus aan de hand waar de ring komt.
Als het een verrassing moet blijven
Een paar manieren die in de praktijk goed werken:
- Leen een ring. Pak stiekem een ring die aan de juiste vinger gedragen wordt en breng die langs. Ik meet hem in een paar seconden op en je hebt hem dezelfde dag weer terug.
- Druk hem af in zeep. Druk de ring recht in een stukje zeep of klei en breng de afdruk mee. Minder precies, maar het komt in de buurt.
- Vraag een bondgenoot. Een zus, vriendin of moeder weet het vaak, of kan het ongemerkt uitvragen.
- Kies bewust iets ruimer. Bij twijfel maak ik een verlovingsring liever net iets te groot dan te klein. Kleiner maken kan bijna altijd, en dat doe ik na de aanzoek kosteloos binnen de eerste maanden.
Zit een ring toch niet goed? In de meeste gevallen pas ik de maat gewoon aan. Reken op ongeveer twee weken.
Wanneer aanpassen lastig is
Niet elke ring is zomaar te vergroten of verkleinen. Bij ringen die helemaal rond bezet zijn met steentjes, bij spanringen en bij sommige titanium of keramieken ringen kan het niet of alleen met veel werk. Bij een ring die ik zelf maak, houd ik daar vanaf het ontwerp al rekening mee.
Kortom
Kom langs als het kan, meet een bestaande ring als het moet, en vergeet de knokkel niet. En zit het onverhoopt toch niet lekker: daar vinden we wel een oplossing voor.